De K-vormige economie: Wie wint, wie blijft achter?

Geplaatst op zaterdag 14 maart 2026 om 08:30.

De Amerikaanse economie groeit. Maar niet voor iedereen. Onder de oppervlakte voltrekt zich een steeds duidelijkere tweedeling. Kapitaal wint. De doorsneeconsument staat onder druk. Dat is het beeld van de huidige K-vormige economie: één tak stijgt krachtig omhoog, de andere vlakt af of buigt zelfs omlaag. Voor beleggers is dat geen theoretisch verhaal. Het is de kern van de marktontwikkeling van dit moment.

AI trekt de kar

De groei van de Amerikaanse economie wordt op dit moment in hoge mate gedragen door één dominante investeringscyclus: kunstmatige intelligentie. Investeringen in datacenters, halfgeleiders en digitale infrastructuur blijven uitzonderlijk hoog. Een relatief kleine groep kapitaalkrachtige bedrijven investeert tientallen miljarden in AI-toepassingen, automatisering en rekenkracht. Deze bedrijven zien hun beurskoersen sterk stijgen en creëren daarmee een krachtig vermogenseffect. En daar zit een belangrijk punt. De hoogste inkomensgroep is inmiddels verantwoordelijk voor bijna de helft van alle consumptieve bestedingen in de Verenigde Staten. Dat zijn ook de huishoudens met substantieel aandelenbezit. Stijgende beurskoersen houden hun bestedingen op peil. Daartegenover staat een brede groep huishoudens zonder noemenswaardige beleggingen. Hun consumentenvertrouwen bevindt zich op lage niveaus. De reële loonontwikkeling is beperkt. Voor hen is er geen vermogenseffect dat de hogere kosten compenseert. Dat is de neerwaartse tak van de K.

Beleid: steun én risico

Het beleid werkt deze tweedeling voorlopig niet weg. De Federal Reserve versoepelt het monetaire beleid via renteverlagingen. Tegelijkertijd blijft het begrotingsbeleid impliciet stimulerend door oplopende tekorten en lagere belastingopbrengsten. Daardoor kan de groei rond iets boven de 2 procent blijven. Maar die steun heeft een prijs. Inflatie blijft hardnekkiger dan veel beleidsmakers zouden wensen. En de overheidsschuld loopt verder op. Tegelijkertijd kunnen importtarieven en strenger immigratiebeleid de kostenbasis van bedrijven verhogen. Minder arbeidsaanbod in specifieke sectoren betekent hogere loondruk. Hogere invoerheffingen worden uiteindelijk doorberekend aan consumenten. Het macrobeeld blijft dus groei vertonen, maar onder de motorkap schuurt het.

Gratis

Gratis verder lezen?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees dit artikel gratis.

Privacyverklaring
  
Premium

Onbeperkt verder lezen

Premium lid worden?

Probeer direct
en lees meteen verder!
Al abonnee? Log dan in.
Er zijn momenteel geen stijgers bekend.
Er zijn momenteel geen dalers bekend.