Geplaatst op woensdag 5 augustus 2026 om 11:05.
De waarschuwingen voor een mogelijke zeepbel op de aandelenmarkten worden luider. Vooral de forse koersstijgingen van technologiebedrijven en ondernemingen die actief zijn op het gebied van kunstmatige intelligentie roepen herinneringen op aan de internetzeepbel rond de eeuwwisseling. Bekende beleggers als Michael Burry en Warren Buffett vinden dat speculatie een steeds grotere rol speelt en dat veel waarderingen nog maar moeilijk te verdedigen zijn.
Die zorgen moeten serieus worden genomen. Toch is het beeld volgens Geert Schaaij en Beursgenoten minder zwart-wit dan sommige doemdenkers willen doen geloven. Niet iedere koersstijging is uitsluitend het gevolg van speculatie. De recente bedrijfscijfers waren gemiddeld genomen behoorlijk goed en hebben laten zien dat beleggers bereid zijn bedrijven te belonen wanneer omzet, marges, kasstromen en vooruitzichten verbeteren. Dat was vooral zichtbaar bij aandelen die aan het begin van 2026 nog op de slachtbank lagen.
AkzoNobel zakte dit jaar tot een dieptepunt van €46,18, maar noteert inmiddels rond €62,92. Tussentijds werd zelfs een hoogste koers van €67,64 bereikt. Vanaf het dieptepunt bedraagt het herstel daarmee ruim 36 procent.
Bij DSM-Firmenich is de beweging nog indrukwekkender. Het aandeel daalde in maart tot ongeveer €55,22, maar staat inmiddels rond €91,78. De hoogste koers van dit jaar bedroeg €95. Vanaf het dieptepunt is het aandeel dus met ongeveer 66 procent hersteld.
Ook IMCD behoorde aan het begin van het jaar tot de grote achterblijvers. Het aandeel bereikte een dieptepunt van €68,14, maar noteert inmiddels rond €97,46. De hoogste koers van 2026 lag op €105,05. Dat betekent een herstel van ruim 43 procent vanaf de bodem.
Deze koersbewegingen zijn niet alleen het gevolg van een verbeterd beursklimaat. De ondernemingen kwamen met cijfers die beleggers meer vertrouwen gaven in het herstel van hun activiteiten. Bij DSM-Firmenich groeide de omzet in de eerste jaarhelft autonoom met 5 procent en verbeterden de marges gedurende het halfjaar. IMCD rapporteerde over de eerste zes maanden een stijging van de EBITA met 4 procent.
Dat laat zien dat de beurs nog altijd onderscheid maakt. Ondernemingen die verwachtingen overtreffen of geloofwaardig herstel laten zien, kunnen snel worden beloond. Bedrijven die teleurstellen of waarvan de waardering te ver op de feiten vooruitloopt, kunnen daarentegen hard worden afgestraft.
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen of aandelen duur zijn, maar vooral welke ondernemingen hun huidige waardering de komende jaren kunnen waarmaken.

Laten we eerlijk zijn: we leven in een bijzonder roerige wereld. De conflicten in het Midden-Oosten zorgen voor onzekerheid rond de olieprijs en de internationale handelsstromen. Donald Trump weet met handelstarieven en nieuwe dreigementen regelmatig grote bewegingen op de financiële markten te veroorzaken.
Ook de oorlog in Oekraïne duurt voort. Oekraïne houdt daadkrachtig stand, terwijl Europa economisch, financieel en politiek steeds nauwer bij het conflict betrokken raakt. Tegelijk blijft de inflatie een bron van onrust. Wanneer de inflatie onvoldoende afneemt of opnieuw oploopt, kan dat leiden tot een langer hoog blijvende rente of zelfs nieuwe opwaartse druk op de rente.
Dat raakt niet alleen consumenten en overheden, maar ook ondernemingen. Hogere financieringskosten maken investeringen duurder, drukken op de waardering van toekomstige winsten en kunnen de economische groei afremmen. Bedrijven moeten daarnaast rekening houden met stijgende lonen, duurdere grondstoffen, verstoringen in toeleveringsketens en veranderende handelsverhoudingen.
De goede cijfers over de eerste helft van het jaar bieden dus geen garantie voor de rest van 2026. Ondernemingen zullen moeten bewijzen dat zij hun winstgroei en margeverbetering ook in een moeilijker economisch en geopolitiek klimaat kunnen volhouden.
Een van de felste critici van de huidige AI-rally is Ed Zitron. Hij vreest dat de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie uiteindelijk niet kunnen worden terugverdiend. De kosten voor rekenkracht, datacenters en energie lopen snel op, terwijl nog lang niet duidelijk is welke ondernemingen daar structureel voldoende geld mee kunnen verdienen.
Volgens Zitron wordt de AI-markt mede in stand gehouden door een haast onbegrensd vertrouwen in OpenAI en andere grote spelers. Wanneer de groei van abonnementen of advertentie-inkomsten tegenvalt, kan het volgens hem moeilijker worden om de miljardeninvesteringen te blijven financieren. Dat zou niet alleen gevolgen hebben voor individuele AI-bedrijven, maar ook voor chipproducenten, datacenters en andere ondernemingen die van de investeringsgolf profiteren.
Zijn waarschuwing is duidelijk, maar ook zeer stellig. Kunstmatige intelligentie is geen verzonnen technologie zonder economische betekenis. De toepassingen worden daadwerkelijk gebruikt en kunnen de productiviteit in tal van sectoren verhogen. De onzekerheid zit vooral in de vraag hoeveel van die toekomstige waarde al in de huidige koersen is verwerkt en welke bedrijven er uiteindelijk werkelijk geld aan zullen verdienen.
Een revolutionaire technologie kan immers tegelijkertijd een slechte belegging zijn wanneer er een buitensporig hoge prijs voor wordt betaald.
Analist Satyajit Das ziet duidelijke overeenkomsten met de periode voorafgaand aan de dotcomcrash. Ook eind jaren negentig werden ondernemingen met hoge verliezen, negatieve kasstromen en onzekere bedrijfsmodellen tegen astronomische waarderingen naar de beurs gebracht.
Beleggers vertrouwden destijds op nieuwe maatstaven, zoals bezoekersaantallen, bereik en toekomstige marktdominantie. Winst en vrije kasstroom leken tijdelijk minder belangrijk. Toen het vertrouwen verdween, werden tientallen internetbedrijven weggevaagd. Zelfs sterke ondernemingen als Amazon, Microsoft en Cisco kregen te maken met enorme koersdalingen en hadden jaren nodig om daarvan te herstellen.
De vergelijking met het jaar 2000 gaat niet volledig op. Veel van de huidige technologiereuzen beschikken over sterke balansen, miljardenwinsten en grote kasstromen. Dat is een belangrijk verschil met de vele verlieslatende internetbedrijfjes uit de dotcomperiode.
Maar ook winstgevende bedrijven kunnen te duur worden. Een uitstekend bedrijf is niet automatisch een uitstekend aandeel wanneer de verwachtingen onrealistisch hoog zijn opgelopen.
Michael Burry, bekend van zijn succesvolle voorspelling van de Amerikaanse huizenmarktcrisis, waarschuwt eveneens voor overeenkomsten met de laatste fase van de dotcomzeepbel. Volgens hem is een deel van de AI-rally niet langer houdbaar.
Opvallend is dat Burry beleggers niet zonder meer oproept om massaal short te gaan. Een zeepbel kan namelijk veel langer blijven groeien dan rationeel lijkt. Wie te vroeg tegen een stijgende markt ingaat, kan ondanks een uiteindelijk juiste analyse toch grote verliezen lijden.
Zijn belangrijkste boodschap is daarom dat beleggers hun risico’s moeten beheersen, niet te afhankelijk moeten worden van één thema en hun portefeuille voldoende moeten spreiden.

Dat is een waarschuwing waarin Beursgenoten zich gedeeltelijk kan vinden. Wie uitsluitend de duurste technologie- en AI-aandelen bezit, neemt een aanzienlijk concentratierisico. Maar daaruit volgt niet automatisch dat alle aandelen moeten worden verkocht.
Ook Warren Buffett is al langere tijd voorzichtig. Berkshire Hathaway beschikt over een enorme hoeveelheid liquide middelen en kortlopende Amerikaanse staatsobligaties. Dat geeft aan dat Buffett en zijn opvolgers moeite hebben om grote bedrijven te vinden die ruim onder hun intrinsieke waarde kunnen worden gekocht.
Buffett stoort zich vooral aan het steeds kortere tijdsperspectief van veel marktpartijen. Beleggen wordt volgens hem regelmatig verward met gokken. De enorme handel in zeer kortlopende opties en de sterke koersbewegingen rond populaire thema’s versterken dat beeld.
Wanneer Buffett waarschuwt, moeten beleggers luisteren. Hij heeft tijdens zijn lange loopbaan meerdere zeepbellen en beurscrashes meegemaakt. Maar ook Buffett heeft nooit beweerd dat beleggers bij iedere hoge beurswaardering al hun aandelen moeten verkopen. Zijn kracht ligt juist in geduld, discipline en het selecteren van ondernemingen met een sterke marktpositie, betrouwbare kasstromen en een aanvaardbare waardering.
Beursgenoten begrijpt de waarschuwingen van Buffett, Burry en andere topbeleggers. De waarderingen van sommige technologie- en AI-aandelen zijn ver opgelopen. Wie daar zonder naar winst, kasstromen of balansverhoudingen te kijken achteraan loopt, neemt grote risico’s.
De recente cijfers van onder meer AkzoNobel, DSM-Firmenich en IMCD laten zien dat er buiten de populairste Amerikaanse technologiefondsen nog altijd aantrekkelijke herstelkansen bestaan. Wie uitsluitend naar indices kijkt, mist bovendien het grote verschil tussen individuele ondernemingen.
Juist daarom denken Geert Schaaij en Beursgenoten dat stockpicking op dit moment het beste beleid is. Niet blind een index kopen, maar zorgvuldig selecteren. Welke bedrijven laten echte winstgroei zien? Welke ondernemingen genereren voldoende vrije kasstroom? Wie beschikt over een sterke balans? En vooral: welke waardering betalen we voor die kwaliteit?
Stockpicking betekent ook dat beleggers niet verliefd moeten worden op hun aandelen. Wanneer een aandeel hard is opgelopen en veel goed nieuws in de koers is verwerkt, moet men winst durven nemen of een tandje lager durven schakelen.
Dat hebben we deze week bijvoorbeeld bij NN Group gedaan. De onderneming blijft degelijk en aantrekkelijk, maar na de sterke koersstijging vonden wij het verstandig om het advies te verlagen en niet langer op dezelfde manier achter het aandeel aan te lopen. Goed beleggen betekent niet alleen kopen op het juiste moment. Het betekent ook risico afbouwen wanneer de verhouding tussen rendement en risico minder gunstig wordt.
Tegelijkertijd denken wij dat Europa voor internationale beleggers geleidelijk aantrekkelijker wordt. Europese aandelen zijn gemiddeld lager gewaardeerd dan veel Amerikaanse tegenhangers. Daarnaast beschikken Europese bedrijven op terreinen als industrie, chemie, financiële dienstverlening, energie-infrastructuur, defensie en consumentengoederen over sterke internationale marktposities.
Wanneer buitenlandse beleggers hun portefeuilles minder zwaar op de Verenigde Staten en de grote technologiebedrijven willen richten, kan een deel van dat geld naar Europa stromen. Dat betekent niet dat ieder Europees aandeel aantrekkelijk is, maar wel dat er steeds meer mogelijkheden ontstaan voor beleggers die bereid zijn tussen bedrijven en sectoren te selecteren.
Daar komt bij dat de alternatieven voor aandelen evenmin zonder problemen zijn. De Nederlandse vastgoedmarkt wordt geconfronteerd met een wisselvallig en moeilijk voorspelbaar overheidsbeleid op het gebied van belastingen, huurregulering en verduurzaming. Obligaties blijven gevoelig voor inflatie en renteontwikkelingen. Wie zijn geld uitsluitend liquide aanhoudt, loopt bij aanhoudende inflatie het risico dat de koopkracht langzaam wordt uitgehold.
Daarom zien wij op dit moment geen overtuigend beter alternatief voor zorgvuldig geselecteerde aandelen.

De rode waarschuwingslichten mogen dus niet worden genegeerd. In delen van de technologiemarkt is sprake van hoge verwachtingen en forse waarderingen. Niet ieder AI-bedrijf zal de komende jaren voldoende winst maken om de huidige beurskoers te rechtvaardigen. Een correctie is daarom zeker mogelijk.
Maar dat betekent niet dat de gehele aandelenmarkt één grote zeepbel is. Er zijn ook ondernemingen die hun winst verhogen, hun marges verbeteren, schulden afbouwen en steeds meer vrije kasstroom genereren. De recente koersherstellen van AkzoNobel, DSM-Firmenich en IMCD tonen aan hoe snel een aandeel kan herstellen wanneer de operationele ontwikkeling verbetert.
De strategie van Beursgenoten blijft daarom evenwichtig: niet blind optimistisch worden, maar ook niet uit angst alles verkopen. Spreiden, waarderingen bewaken, winst durven nemen en vooral selectief blijven.
De tijd waarin vrijwel ieder aandeel dankzij dalende rente en overvloedige liquiditeit vanzelf omhoogging, lijkt achter ons te liggen. Juist in zo’n markt kan goed stockpicking het verschil maken.
Beleggers hoeven de beurs niet te verlaten. Ze moeten alleen beter opletten waar ze instappen, hoeveel ze betalen en wanneer het verstandig is om weer een tandje terug te schakelen.
Laatst bijgewerkt op woensdag 5 augustus 2026 om 11:05.