Geplaatst op woensdag 14 januari 2026 om 13:01.
Er zijn van die dagen dat je het nieuws leest en even denkt, dit kan niet anders dan fout aflopen. De olieprijs schiet omhoog, de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran lopen op, en de beleggers beginnen meteen te rekenen. Niet op basis van cijfers, niet op basis van kwartaalresultaten, maar op basis van angst.
En angst is op de beurs een merkwaardig fenomeen. Want angst zorgt vaak voor een felle reactie, maar zelden voor een blijvende trend. Zeker niet als het om geopolitiek gaat. De ervaring leert dat de beurs in eerste instantie schrikt, daarna herstelt, en uiteindelijk weer teruggaat naar waar het altijd om draait, de winst, cashflow en waardering.
Hoewel we de laatste jaren zien dat beleggers steeds vaker denken: “het komt toch wel weer goed”, is het wél belangrijk om te begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt. Want als er een aanval komt, dan hoef je niet alleen “een rode beurs” te verwachten. Nee, dan krijg je een beurs met winnaars en verliezers. En dat is precies waar de belegger zijn voordeel kan halen.
De olieprijs is dinsdag naar het hoogste niveau in maanden gestegen. Dat klinkt spannend, en dat is het ook. Maar de echte vraag is niet: wat doet olie vandaag? De echte vraag is: wat denkt de markt dat olie morgen gaat doen? De stijging wordt nu vooral gevoed door de vrees dat de toevoer verstoord raakt. Iran is niet zomaar een land, het is een sleutel in het geopolitieke schaakspel. En als er ook maar een zweem is van militair ingrijpen, dan ontstaat er meteen een risicopremie in de olieprijs. Maar hier komt het punt waar Beursgenoten vaak op hamert: markten lopen vooruit. De olie stijgt niet omdat er nú minder olie is, maar omdat handelaren vrezen dat het binnenkort gebeurt. En als het uiteindelijk níét gebeurt? Dan verdwijnt die premie vaak net zo snel als hij gekomen is.
De beurs houdt niet van onzekerheid, maar de beurs houdt wel van duidelijkheid. Zelfs slecht nieuws kan opluchting geven als het tenminste helder is.
Als er een aanval komt, dan zie je meestal drie reacties:
En daar zit het grote verschil tussen paniek en beleggen, de paniekverkoper kijkt naar het nieuws, de belegger kijkt naar de kansen die ontstaan door de reactie op het nieuws.
Beursgenoten denkt dat de invloed van oorlogsdreiging op de beurs meestal los klopt. Dat klinkt misschien hard, maar het is simpelweg hoe de markt functioneert. De beurs is geen moreel kompas, het is een rekenmachine. Oorlogsdreiging veroorzaakt schokken, maar zelden een permanente economische breuk, tenzij het leidt tot langdurige verstoringen van handel, energie of consumentenvertrouwen. En zelfs dan zie je vaak dat bedrijven zich aanpassen, kosten doorberekenen, nieuwe routes vinden, nieuwe contracten sluiten. De economie is veerkrachtiger dan men op dag één denkt.
De grootste bedreiging voor aandelen is vaak niet de aanval zelf, maar de tweede orde-effecten. Als olie structureel hoog blijft, kan inflatie weer oplaaien. En dan krijg je het scenario waar de markt wél nerveus van wordt: centrale banken die langer streng blijven. Hogere rente is gif voor dure groeiaandelen, en een zegen voor kasstroomrijke waarde-aandelen. Dus zelfs binnen dezelfde beurs krijg je verschuivingen.
Geopolitiek is een factor, maar geen beleggingsstrategie. Een aanval levert winnaars en verliezers op, maar de brede markt herstelt vaak sneller dan men denkt. En precies daarom geldt ook hier: blijf rustig, kijk naar kwaliteit, en laat de waan van de dag nooit jouw portefeuille besturen. Want Beursgenoten weet allang dat op de beurs zelden degene winnen die het hardst schrikt, maar vrijwel altijd degene die het langst kan blijven zitten.
Laatst bijgewerkt op woensdag 14 januari 2026 om 16:55.