Geplaatst op zaterdag 14 februari 2026 om 10:00.
Vorige week donderdag kwam de Europese Centrale Bank opnieuw bijeen voor haar rentebesluit. Deze vergadering heeft weinig verrassingen opgeleverd. De depositorente blijft staan op 2,00 procent, de basisrente op 2,15 procent en ook de marginale beleningsfaciliteit blijft onveranderd op 2,40 procent. Op papier oogt dat rustig en beheerst. Volgens Goldman Sachs was het dan ook een “rustige” vergadering. De binnenkomende macro-economische cijfers geven geen directe aanleiding tot ingrijpen en ook Nomura rekent op continuïteit. De ECB houdt vast aan haar vertrouwde mantra: data-afhankelijkheid, besluitvorming per vergadering en geen vooraf uitgestippeld rentepad. ECB-voorzitter Christine Lagarde benadrukt dat de centrale bank zich in een comfortabele positie bevindt. De rente ligt rond het zogenoemde neutrale niveau: niet langer duidelijk remmend voor de economie, maar ook nog niet stimulerend. Op het eerste gezicht klinkt dat geruststellend. Maar zo comfortabel is de situatie onder de oppervlakte niet.
Terwijl de ECB afwacht, klopt de euro steeds nadrukkelijker op de deur. De munt is de afgelopen weken opgelopen richting 1,20 dollar, een niveau dat allesbehalve willekeurig is. ECB-vicevoorzitter Luis de Guindos noemde deze grens eerder al “cruciaal”. Niet omdat de ECB de wisselkoers actief stuurt, dat valt buiten haar mandaat, maar omdat een te sterke euro deflatoire druk kan veroorzaken. Een dure euro ondermijnt de concurrentiekracht van Europese exporteurs en drukt via goedkopere importprijzen de inflatie. Precies dat is het scenario waar de ECB jarenlang tegen heeft gevochten.
Gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees dit artikel gratis.
Onbeperkt verder lezen
Premium lid worden?