Geplaatst op vrijdag 2 oktober 2026 om 15:28.
Beursgenoten kan er niet omheen: in de media is het woord ‘inflatie’ alom aanwezig. Inflatie is natuurlijk van alle tijden, maar recent doken nieuwe termen op, zoals ‘funinflatie’ en ‘Trumpflatie’. Woorden die toch de belegger de wenkbrauwen doet fronsen.
Hoe dan ook: het leven wordt steeds duurder en voor sommige mensen zelfs onbetaalbaar. Dat geldt aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Het Amerikaanse consumentenvertrouwen daalde in september naar het op één na laagste niveau ooit, doordat vooral de hoge benzineprijzen het beeld dat Amerikanen van de economie hebben verder verslechterden.
In Europa zal het gevoel niet veel anders zijn. Ook hier worden we vrijwel dagelijks geconfronteerd met hogere prijzen voor van alles en nog wat. De vraag ‘Moeten we daarvan wakker liggen?’ is daarmee eigenlijk al beantwoord. Het duurder worden van het leven raakt immers iedereen. Hieronder bekijken we de economische plaag die inflatie heet van dichterbij.
De jaarlijkse inflatie in de eurozone bedroeg in augustus 2026 3,2%, tegenover 2,9% in juli. Een jaar eerder lag de inflatie in de eurozone nog op 2% en in de Europese Unie op 2,4%. Deze cijfers werden gepubliceerd door Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie.
In de Verenigde Staten bedroeg de jaarlijkse inflatie, gemeten aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI), in augustus 2026 3,4%. Dat was evenveel als in juli. De energieprijzen zijn de afgelopen maanden fors gestegen. Daardoor blijft de inflatie zowel in de Verenigde Staten als in Europa hoog en loopt zij op sommige plaatsen verder op. Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics publiceert de inflatiecijfers over september op 14 oktober 2026.
Toch was er ook een lichtpuntje. Uit een nieuwe meting van de favoriete inflatie-indicator van de Federal Reserve, gepubliceerd op woensdag 30 september, bleek dat de prijsstijgingen in augustus sterker waren afgezwakt dan verwacht. Dat zal waarschijnlijk de druk om de rente de volgende maand opnieuw te verhogen verminderen.
De prijsindex voor persoonlijke consumptieve bestedingen, de zogenoemde PCE-index, steeg in augustus met 3,4% op jaarbasis. Dat was minder dan de verwachte 3,7%, het niveau waarop de inflatie volgens deze maatstaf een groot deel van de zomer lag.
Maar ook met die afzwakking blijft de inflatie boven de doelstelling van 2% van de Amerikaanse centrale bank. Dat weegt op het consumentengedrag. De consumentenvertrouwensindex van de Universiteit van Michigan daalde in september naar 48,1. Dat is een daling van 7% ten opzichte van augustus en van bijna 13% ten opzichte van een jaar eerder.
Dit onderzoek gaat terug tot 1952. Het huidige niveau laat zien dat het vertrouwen van Amerikanen lager ligt dan tijdens verschillende eerdere crises, waaronder de oliecrisis van de jaren zeventig, de aanslagen van 11 september, de Grote Recessie, de coronapandemie en de daaropvolgende inflatiegolf. De vier laagste maandstanden ooit werden allemaal in de afgelopen zes maanden gemeten. Het dieptepunt werd in mei bereikt.
Amerikaanse huishoudens hebben de afgelopen vijfenhalf jaar te maken gehad met een hogere inflatie dan gebruikelijk en met het opgetelde effect van snel stijgende prijzen. De zorgen over de kosten van levensonderhoud zijn dit jaar verder toegenomen. De oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran groeide uit tot een maandenlang conflict, dat het wereldwijde olieaanbod onder druk zette en de benzineprijzen opdreef.
Voor veel consumenten zijn die hogere brandstofprijzen het zichtbaarste bewijs van inflatie. Amerikanen, maar ook Europeanen, merken het direct wanneer zij hun auto voltanken.
Hoewel de Amerikaanse economie en de beurs op Wall Street tot nu toe bijzonder veerkrachtig zijn gebleken, lijken er langzaam scheuren in hun fundamenten te ontstaan. De aanhoudend hoge inflatie speelt daarbij een belangrijke rol.
Een bescheiden inflatie is normaal in een groeiende economie. Maar wat we tot dusver in 2026 hebben gezien, gaat verder dan ‘bescheiden’. In mei bereikte de jaarlijkse PCE-inflatie met 4,2% het hoogste niveau in drie jaar. Dat is meer dan het dubbele van de langetermijndoelstelling van de Federal Reserve.
In dit verband duikt steeds vaker het woord ‘Trumpflatie’ op. Wat wordt daarmee bedoeld? Heel eenvoudig: inflatie die wordt toegeschreven aan het beleid van president Donald Trump. Dat beleid heeft, zeer tegen de zin van de president, onbedoelde en vervelende gevolgen voor de consumentenprijzen.
Hoewel de jaarlijkse PCE-inflatie in augustus afnam tot 3,4%, tegenover 4,2% in mei, blijven twee onderdelen van Trumps beleid van invloed op de prijsontwikkeling: de importheffingen en de oorlog met Iran. Voor Wall Street en de Federal Reserve is de zorg dat de gevolgen daarvan steeds dieper in de Amerikaanse economie doordringen.
Inflatie raakt ondertussen ook steeds meer ingeburgerd in het dagelijkse taalgebruik, met allerlei variaties op het woord. ‘Trumpflatie’ is er één van, maar recent hoorden we ook de term ‘funinflatie’. Daarmee wordt bedoeld dat hobby’s en vrijetijdsactiviteiten duurder worden, terwijl consumenten er toch geld aan blijven uitgeven.
Uit een analyse van Bank of America blijkt dat consumenten in augustus meer uitgaven aan hobby’s, zoals knutselen en buitenactiviteiten. Plezier maken wordt in de Verenigde Staten dus duurder, maar Amerikanen blijven geld besteden aan activiteiten die uiteenlopen van buitensporten tot videogames.
Volgens de economen van Bank of America stegen de uitgaven bij onder meer knutsel- en hobbywinkels en winkels voor ski-, wandel-, kampeer- en duikuitrusting in augustus 2026 met 7,9% ten opzichte van een jaar eerder.
Uit de meest recente CPI-gegevens van het Bureau of Labor Statistics blijkt daarnaast dat de recreatie-index in de twaalf maanden tot en met augustus met 2,7% is gestegen. Deze index omvat onder meer video en audio, huisdieren en bijbehorende diensten, sportartikelen, fotografie en recreatief lezen.
Volgens de analisten van Bank of America hangt de groei van de hobby-uitgaven mogelijk samen met een verschuiving in het bestedingspatroon. Mensen zouden minder reizen vanwege de hogere reiskosten, die mede het gevolg zijn van de gestegen brandstofprijzen. Een deel van het geld dat zij daarmee uitsparen, besteden zij mogelijk aan hobby’s dichter bij huis.
De prijs van vliegtuigbrandstof bedroeg in de week tot en met 18 september $194 per vat. Dat was 116% meer dan het gemiddelde van het voorgaande jaar, aldus de Jet Fuel Price Monitor van de International Air Transport Association (IATA). Volgens Amerikaanse overheidsgegevens lagen de vliegticketprijzen in augustus 26,5% hoger dan een jaar eerder.
Dergelijke prijsstijgingen maken duidelijk hoe hogere energiekosten doorwerken in allerlei onderdelen van het dagelijks leven. Ook ontspanning ontsnapt daar niet aan.
Sommige sectoren zijn kwetsbaarder voor inflatie dan andere. Dat geldt onder meer voor producenten van voedingsmiddelen en verzorgingsproducten, maar ook voor bedrijven die duurzame huishoudelijke artikelen en textiel verkopen. Hotels, restaurants en aanbieders van vrijetijdsactiviteiten voelen de gevolgen eveneens. Bij de Nederlandse bedrijven kan met name Ahold deze gevolgen voelen, omdat het concern ook omvangrijke activiteiten in de Verenigde Staten heeft
Ook financiële dienstverlening en gezondheidszorg dreigen duurder te worden. Denk bij die laatste sector bijvoorbeeld aan medische apparatuur en benodigdheden. Daarnaast zijn bedrijven die afhankelijk zijn van materialen en grondstoffen kwetsbaar, waaronder producenten van containers en verpakkingen. Bij medische apparatuur kunt u bijvoorbeeld denken aan Philips. De hogere kosten kunnen mede verklaren waarom de koers van het aandeel de laatste weken blijft hangen.
En dan is er nog vastgoed. Vooral vastgoedbeheer en projectontwikkeling kunnen door hogere kosten flink duurder worden. Dit geldt ook voor Europese vastgoedbedrijven, omdat de stijgende rente deze bedrijven direct raakt. Loop daarom uw portefeuille na en bekijk welke invloed hogere kosten en rentes op uw beleggingen kunnen hebben.
Binnen deze sectoren hebben kwetsbare bedrijven tijdens eerdere perioden van sterk stijgende grondstofprijzen aanzienlijke verliezen geleden. Denk aan de olieprijsschok in de jaren zeventig, de grondstoffenhausse van 2007 en 2008 en de inflatiegolf tijdens en na de coronapandemie.
Tijdens dergelijke perioden liepen de grondstofprijzen sterk op. De stijgingen, gemeten aan de hand van de Bloomberg Commodity Index (BCOM), kwamen soms uit op hoge dubbele of zelfs driedubbele percentages. Die beweging bleek vaak een voorbode van hogere consumentenprijsinflatie in de daaropvolgende maanden.
Ook nu lijkt zich een vergelijkbaar patroon af te tekenen. Van juli 2025 tot en met februari 2026 liep de jaarlijkse stijging van de BCOM op tot in de dubbele cijfers, terwijl de consumentenprijsinflatie aanvankelijk grotendeels stabiel bleef. Inmiddels begint dat te veranderen en volgt de CPI-inflatie de ontwikkeling van de grondstofprijzen. De vrees bestaat dat die doorwerking nog niet voorbij is. Beursgenoten vindt dat beleggers iets te lichtzinnig omgaan met de huidige ontwikkelingen op de beurs. We vrezen dat er een correctie aankomt. Is dat erg? Niet noodzakelijk, maar herstel is niet vanzelfsprekend en kan tijd kosten. Uw vermogen kan daardoor gedurende een langere periode lager uitvallen. Met het beleid van de Nederlandse politiek lijkt bovendien niets meer veilig en wordt het spaarders naar onze mening steeds moeilijker gemaakt om hun koopkracht te behouden. Reden te meer om scherp te blijven en kansen zorgvuldig te beoordelen.
Helaas lijkt de inflatie in Europa en de Verenigde Staten niet snel te verdwijnen. Het risico bestaat zelfs dat zij verder oploopt. Hoewel de extreme pieken van enkele jaren geleden, zoals in 2022, achter ons liggen, blijkt de inflatie in 2026 hardnekkiger dan verwacht.
Geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in het Midden-Oosten, hebben de energie- en brandstofprijzen opgedreven. Daarmee hebben zij de inflatie dit jaar in grote delen van de wereld opnieuw aangewakkerd.
Zowel de Europese Centrale Bank als de Federal Reserve heeft in september 2026 de rente opnieuw verhoogd om de aanhoudende inflatiedruk te bestrijden. Een snelle en blijvende terugkeer naar de doelstelling van 2% lijkt op korte termijn dan ook niet waarschijnlijk.
Van galopperende inflatie lijkt in Europa en de Verenigde Staten voorlopig gelukkig geen sprake. Daarbij gaat het om een situatie waarin prijzen jaarlijks met tientallen of zelfs honderden procenten stijgen en het monetaire systeem ernstig onder druk komt te staan.
Hoewel de inflatie recent weer is opgelopen, blijven de huidige percentages ver van zo’n scenario verwijderd. De meeste denktanks verwachten dat de inflatie zich de komende tijd rond de 3% tot 5% zal stabiliseren en daarna weer richting de doelstelling van 2% zal bewegen.
Het wordt pas echt gevaarlijk wanneer het vertrouwen in de munt wegvalt en een zichzelf versterkende wisselwerking tussen prijs- en loonstijgingen ontstaat. Daarvan is voorlopig geen sprake. Maar zolang het leven duurder blijft worden en huishoudens dat dagelijks in hun portemonnee voelen, blijft oplettendheid geboden. Beursgenoten waakt met u mee en wij staan op scherp. Bezoek daarom regelmatig de website van Beursgenoten en stel de alertservice in voor aandelen waarvan u niets wilt missen. Zodra er nieuws over deze aandelen te melden is, ontvangt u direct een e-mail. Zo blijft u op de hoogte!
KIJk op de site naar de posities van Geert Schaaij
Laatst bijgewerkt op vrijdag 2 oktober 2026 om 15:28.