De technische analyse 

Een technische analyse van aandelen is een manier om de waarde van aandelen te kunnen bepalen. Bij deze analyse wordt er gekeken naar de historische waarde van een aandeel en wordt gekeken naar patronen in deze data in de chart of grafiek. Op basis van deze mogelijk ontdekte patronen wordt de ontwikkeling van koersen of prijzen voorspeld. 


Alles over de technische analyse 


Een hulpmiddel bij beleggingsbeslissingen

Waterdichte adviezen moet de belegger op basis van technische analyse misschien niet verwachten. Technische analyse kan wel een handig hulpmiddel vormen bij het nemen van beleggingsbeslissingen. De praktijk leert namelijk dat het gedrag van de financiële markten in het verleden inderdaad op geregelde tijdstippen in de toekomst opnieuw in min of meer gelijkaardige vorm opduikt. 

Het zijn dit soort patronen die een technische analist probeert te herkennen. Belangrijk bij deze analyse is niet alleen het prijsverloop op de chart zelf, maar ook de bijbehorende verhandelde volumes. Een bepaalde beweging in een aandeel, grondstof, index, valuta, enzovoort moet namelijk bevestigd worden door een toename van de verhandelde volumes. 

Wanneer een technische analyse tot slechte beslissingen leidt 

Een technische analyse is een veelbesproken onderwerp, dat de belegger niet zonder meer naar het land der fabelen kan verwijzen. Om echter een beleggingsportefeuille te baseren op een pure deze analyse vorm en daarop in te richten, doe je alleen als de belegger niet van zijn geld houdt. 

Een voorbeeld van een slechte beslissing genomen op basis van technische analyse was de Franse beurs vlak voor de beurskrach van 1987. Op de vrijdag voor ‘Black Monday’ stond de CAC 40-index bij de Relative Strength Index (RSI) in de koopzone. Wie op basis van die RSI een beleggingsbeslissing nam, heeft daar ongetwijfeld veel spijt van gekregen. 

Onderneming blijft buiten beschouwing 

In principe is het bij een technische analyse niet nodig om te weten wat voor vlees de belegger in de kuip heeft van de onderneming waarin hij wil beleggen. En dat is precies wat wij erop tegen hebben. We kunnen er niet omheen dat je patronen kun ontdekken en dat er weerstanden zijn, al was het maar om psychische redenen. 

Als basis voor de beleggingsstrategie 

Neem het volgende voorbeeld. Wanneer een aandeel rond de 100 euro staat, wie betaalt er dan 101 euro? Deze weerstand is simpel. Maar, als er een schaap over de dam van 100 euro is, dan is een uitbraak voor de hand liggend. Omgekeerd natuurlijk ook. Boven een koers van 100 euro besluit de belegger de aandelen te houden, maar als hij eenmaal 99,90 euro of lager ziet staan, verkoopt hij ze snel. Vaak liggen op bepaalde koersen stoplossen. Beleggers rollen dan even over elkaar heen en vervolgens zakt het aandeel in koers. Sommige beleggers proberen met dit spelletje de kost te verdienen. Persoonlijk hangen wij de fundamentele analyse aan. Maar wie het onderste uit de kan wil hebben, zou van beide analyses een combinatie kunnen maken. De belegger kan een deel van zijn timing om effecten te kopen dan wel te verkopen, op deze methodiek baseren. 

Charles Dow-theorie - de basis van de technische analyse 

De Charles Dow-theorie is al jaren en jaren oud, maar wordt nog steeds op grote schaal gebruikt. De theorie vormt namelijk de basis van de technische analyse zoals we die nu kennen. Charles Dow is ook de naamgever van de welbekende Dow Jones-index. Hij gebruikte als uitgangspunt dat aandelenkoersen alle factoren verrekenen die van invloed zijn op die koersen. 

Hoe werkt de Charles Dow-theorie? 

Dow onderscheidde op de chart drie soorten trends: een primaire, een secundaire en een trend op korte termijn. Een trend kan uiteraard wijzigen, maar daarvoor was volgens Charles Dow vereist dat een wijziging door zowel de Dow Jones als de Dow Jones Industrial Average wordt bevestigd. Hier is de Charles Dow-theorie enigszins achterhaald, want in zijn tijd (de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw) was de transportsector nog belangrijk op de Amerikaanse beurzen. Dat is vandaag de dag helemaal niet meer het geval: de Nasdaq en de S&P 500 zijn veel belangrijkere indices geworden. 

De indicatoren 

Op basis van de Charles Dow-theorie werden een aantal indicatoren ontwikkeld om trends op de charts te herkennen. 

Gemiddelde koersontwikkeling 

Onder andere voor het gemiddelde is een belangrijke rol weggelegd. Met gemiddelde bedoelen we de koersontwikkeling over een periode van 38, 50, 100 en vooral 200 dagen. Uitgangspunt hierbij is dat een koers zich nooit te ver van zijn gemiddelde zal verwijderen. Gebeurt dat toch, dan is een terugkeer naar dat gemiddelde waarschijnlijk en zal de koers – al naargelang de situatie – gaan stijgen of dalen. 

Trendkanelen 

Daarnaast kunnen op de chart ook duidelijke trendkanalen onderkend worden. Die worden uitgezet door lijnen te trekken van de dieptepunten die de koers van een bepaald aandeel tijdens een bepaalde periode liet optekenen én van de hoogtepunten die tijdens dezelfde periode werden geregistreerd. Resultaten van deze oefening zijn – afhankelijk van de trend – stijgende of dalende trendkanalen. Uitgangspunt is dat een aandeel dat aan de bovenkant (omgekeerd: de onderkant) van een trendkanaal zit, zal gaan dalen (omgekeerd: zal gaan stijgen), tenzij het kanaal naar boven (omgekeerd: naar onder) doorbroken zal worden. 

Steunen en weerstanden

Op de grafieken kunnen ook steunen en weerstanden worden aangeduid, waarbij ronde getallen nogal eens steun dan wel als weerstand fungeren. Een bepaald aandeel kan op de chart steun ondervinden op een bepaald niveau, als voorbeeld 10 euro. Een terugval onder dat niveau geeft een technisch verkoopsignaal. Het omgekeerde van de steun is de weerstand. Stel dat hetzelfde aandeel telkens terugvalt wanneer het niveau van 20 euro wordt bereikt, dan situeert zich daar een weerstandszone. Een doorbraak daarboven geeft een koopsignaal. Doorgewinterde technische analisten proberen op de chart ook allerlei patronen te herkennen, met als belangrijkste driehoeken, rechthoeken, vlaggen, hoofd-en-schouderformaties, enzovoort. Sommige van die patronen hebben in bepaalde gevallen enige zeggingskracht, maar zijn vaak moeilijk te herkennen. 

Relative Strength Index (RSI)

De ervaring leert ons dat veel beleggers zich vol enthousiasme op de technische analyse storten, maar in de meeste gevallen na een tijdje teleurgesteld hun heil weer elders zoeken. 

Een veelgebruikte secundaire indicator is de welbekende Relative Strength Index (RSI), die pretendeert aan te geven of aandelen overkocht dan wel oververkocht zijn. In het eerste geval is het beter om te verkopen, in het tweede geval kan een aandeel een koopkandidaat zijn. Ook de RSI wordt optimaal samen met andere indicatoren gebruikt. 

Eliott Wave-theorie 

Voor de technische analisten is een van de boegbeelden Robert Prechter, die op basis van de Elliott Wave-theorie, gebaseerd op de Fibonacci-getallenreeks de beurskrach van 1987 voorspelde. Daarna is de naam van Prechter echter wat naar de achtergrond verdwenen. 

De Eliott Wave-theorie probeert op basis van golven een terugkerend patroon op de financiële markten te ontdekken. De ontwerper van de theorie is Ralph Elliott, die meende vast te stellen dat bewegingen op de financiële markten in een aantal elkaar afwisselende golven gebeurt. 

De Eliott Wave-theorie heeft vast en zeker zijn verdiensten en wordt door sommige geroemd, maar in de praktijk blijft het toch erg moeilijk om de verschillende golfbewegingen te onderkennen. Daarom zijn het vooral specialisten die zich met deze theorie bezighouden. 

Conclusie: koppelen met de fundamentele analyse

Het advies van beleggingsexpert Geert Schaaij luidt: 'Het lijkt mij raadzaam om technische analyse steeds te koppelen aan de fundamentele analyse. Op basis van technische analyse kan eventueel een betere timing worden verkregen wat betreft een aan- of verkoop. Fundamentele analyse is het meest geschikt om te bepalen welke aandelen koopwaardig zijn en welke wel of niet binnen uw portefeuille en uw profiel passen.'